Tolken

tolken

  • passages uit openingsspeech de kunstlobby, capelle aan den ijssel, 14 oktober 2000

Wie mens zegt, zegt taal, en zolang een taal levend is, zijn wij niet uitgestorven. Of, om het met Guido Gazelle te zeggen: “Waar geen taal leeft, is geen volk.” Taal is een wonderbaarlijk goed. De Vlaamse schrijver Herman Thiery Daisne (ook wel: Johan) vertolkte dat eens zo: “Iedere taal is schoon voor wie luisteren kan. Want in elke taal zingt de gedachte van een volk en de ziel van een mens, en die muziek is universeel.”

Taal kent veel verschijningsvormen. Ik zal u niet vermoeien met een uitputtend overzicht daarvan. Ik noem, als voorbeeld slechts, de spreektaal, de gebarentaal en de gespierde taal.

We kennen ook vreemde talen. Zoals gekkigheid, cabaret, en de taal van ons gevoel, ons innerlijk. En, hoewel “de taal nog steeds het gebrekkigste en duurste middel is om gedachten uit te drukken” (William James, Amerikaans psycholoog en filosoof), in het algemeen spreken en verstaan wij onze (moeder) talen goed. Soms echter klinkt zij ons vreemd in de oren, is de taal van de ander voor ons niet te verstaan. Of liever: nóg niet te verstaan. Zouden wij ons in de taal van die ander, hoe dan ook vormgegeven, verdiepen, dan zou het begrip ervoor en de diepere betekenis ervan – de boodschap – soms bloembed mooi, ons duidelijker worden.

Het is met vreemde woorden, alsof je een onscherpe foto bekijkt. De essentie ervan openbaart zich eerst als het beeld helder wordt, als het wordt ‘vertaald’.

Een tolk bewijst daar vaak onmisbare diensten. Door het werk van de vertaler, de tolk, krijgen wij oog voor de boodschap van de ander. Het werk van de tolk vormt dan steeds de blikvanger voor de oorspronkelijke bron ervan.

Beeldende kunstenaars zijn hun eigen tolk. Het zijn vakmensen die, ieder op eigen en onnavolgbare wijze, de vertaling vinden voor en geven aan het eigen voelen en ervaren. Meer dan hun taaltolkende collega’s ligt hun vertaalkracht in het geven van vormende weergave aan dat wat met woorden voor hen vaak onzegbaar is. Een beeld, een tekening of schilderij, een aarden werk, het is vertaalwerk van unieke, want persoonsgebonden kwaliteit.

Het werk van de tolk, het geven van een vertaling, is een poging om een oorspronkelijke boodschap, tot dan toe vreemd, onuitgesproken, onzegbaar, ongezien of onbegrepen, voor anderen verstaanbaar te maken, te openbaren. Het blijft echter een poging! Want, als de ontvanger van de boodschap zich door de aangeboden bron van oorsprong of de daarvan gegeven vertaling niet aangesproken weet of voelt, dan blijft hij of zij onbegrijpend. Kunstenaars echter blijken tolken van uitzonderlijke kwaliteit. Altijd weten zij hun publiek te raken. Is het niet met de juist door hen met hun vormgeving bedoelde emotie, dan is het wel met een appèl aan de eigen emoties en gevoelens van hun publiek. Variërend van ‘getroffen zijn door’ tot ‘irritatie over’ de ervaren uitvoering of voorstelling. Maar welk onthaal het werk van de tolk ook krijgt, hij of zij verdient te allen tijde waardering, omdat hij of zij op enige wijze heeft geprobeerd zich tot de ander te richten, zich verstaanbaar te maken. En alleen al dat gegeven maakt hen tot fantastische mensen.

Vertalen is verraden! Niet in de negatieve betekenis ervan – iemand er bij lappen – maar in de positieve zin: zich blootgeven! En, zoals de Franse toneelschrijver Armand Salacrou het ooit eens zei: “Wat er niet is, kun je niet verraden.”

afstand

afstand

al belemmert ons de afstand
de ruimte die wij laten moeten
elkaar de wang of rug te strelen
ver weg houden wij elkaar dichtbij
omdat juist de afstand ons sterkt
voor de toekomst die komen gaat

nu klein voor ons de wereld wordt
bouwen wij een brug naar elkaar
met een boeket kleurrijk geurend
van samen gemaakte herinneringen
uit de tuin van liefde en vriendschap
die ons ook nu loslatend vasthoudt

afstand is als gisteren een omhelzing
van in lentezon fladderende vlinders
die ons vandaag als boodschap geeft
dat de opperste vorm van pure liefde
niet elkaar in de armen drukken is
maar het op afstand houden van elkaar

afstand

 

  • Ver-dicht in corona-tijd | 23 maart 2020

Effe een leffie doen…

leffe

  • passages uit openingsspeech galerie lef, capelle aan den ijssel, 21 mei 2000

“Effe een leffie doen!” Kent u die uitdrukking? Ik las hem, – toevallig -, in een boek over de oorsprong en verklaring van de Nederlandse taal. Onlangs. In een boekwinkel. Het type winkel waarin ik graag vertoef. De betekenis ervan: iets gewaagds doen. Iets doen, waar LEF voor nodig is! Lef, synoniem van en voor durf, dapper, moed!

U vraagt zich misschien af, wat een politicus doet bij een gelegenheid als deze. En nog wel als gastspreker ook! Want, zoals de Oostenrijkse schrijver Peter Handke ooit schreef: “Wat veel politici niet in hun hoofd hebben, hebben ze veelal in hun strottenhoofd.” Of, om het met de Nederlandse letterkundige Jan Greshoff te zeggen: “Er zijn twee soorten politici: zij die hun taal gebruiken om hun gedachten te verbergen en zij die hun taal gebruiken om te verbergen dat zij geen gedachten hebben.”

Het getuigt dus van LEF dat de organisator dit waagstuk met zo een potentieel leeghoofd begint. Waarbij ik mij haast – dankbaar voor de geboden gelegenheid tot rehabilitatie – op te merken dat de keuze voor een politicus als gastspreker bij een bijzondere gebeurtenis als deze ook weer niet zó vreemd is. Want er is meer overeenkomst tussen politiek en kunst dan u zich wellicht realiseert! Kunstenaars en politici kunnen alleen hun best doen: bijval kunnen zij, zomin als respons in de liefde, niet afdwingen. Ook politiek is vorm. Esthetiek à la de kunstenaar, het is de kunst van het ivoordraaien à la Bas de Gaay Fortman. Het theatrale, de exposure en de verpakking moeten de inhoud, het authentieke niet overschaduwen, maar deze elementen zijn voor het politieke succes wel onmisbaar geworden. En zijn niet juist de esthetiek, de betrokkenheid, het creatieve en theatrale, de exposure en de verpakking de essenties die het handelen van de kunstenaar, en de resultante daarvan, bepalen!

Het divergeren begint daar, waar de politiek tot compromissen komt. Het ideologische, het ideaal bijstelt tot op het niveau van de democratische haalbaarheid. Zich laat vertalen tot een afspiegeling van de maatschappij en maatschappelijke opvattingen. De kunstenaar echter, maakt niet de afspiegeling, het beeld van de wereld, maar is náár het beeld van de wereld!

Of, zoals de Engelse dichter en schilder Gabriel Rossetti het eens schreef: “Conceptie, mijn jongen, fundamenteel hersenwerk, dat is nou precies waarin kunst zich onderscheidt.”

Kunst is een manier om moed te verzamelen. Kunst is “Effe een leffie doen!” Waaghalzerij, lef, moed, durf. Dat is nodig ook, zeker als je als kunstenaar besluit om jóuw creaties, jouw waarheid, jouw herschepping van gevoelde verbeelding, met anderen te delen. Want alleen voor moed is geen weg onbegaanbaar! En kunst is een ultieme ontdekkingsreis. Of, om het met Simon Vestdijk te zeggen: “De onuitputtelijkheid van kunstwerken berust minder op hun ingewikkelde structuur – alle kunstwerken zijn even ingewikkeld, of even eenvoudig, al naar men het nemen wil – dan op de belofte, dat de ervaring van het ‘nooit zullen kennen’ steeds te hernieuwen zal zijn.”

Politiek en kunst. Zoals een kunstenaar door zijn werk meerwaarde probeert te geven aan de werkelijkheid, zo probeert een politicus door politieke representatie een meerwaarde te geven aan belangenbehartiging en wel door deze te integreren in politieke besluitvorming. Esthetiek als metafoor. Politiek en kunst als creatieve daad. Politiek en kunst als vormen van esthetiek waarin vorm en inhoud samen komen. Politiek zowel als kunst staan voor betrokkenheid en distantie tegelijkertijd. Betrokkenheid vormt het hart van het handelen van de kunstenaar zowel als van het democratische gedachtegoed. Betrokkenheid kan echter alleen goed en adequaat functioneren indien er ook een zekere vorm van distantie is.

En, zoals ik eerder al zei: “Kunstenaars en politici kunnen alleen hun best doen: bijval kunnen zij, zomin als respons in de liefde, niet afdwingen.” Het verschil zit hem hierin: een politicus kan mislukken. Een kunstenaar niet; het is al een succes er een te zijn!

het goede hamsteren

hamsteren

woekerend zamelt het volk
heel gewone maar ook rare
dingen die wij gewoon nog
ons alle dagen kopen kunnen

onderwijl vechten medici
met alles wat zij hebben
voor gezondheid en leven
van mensen jong en oud

aangedaan door het virus
dat ons en onze economie
het gewone doen en laten
naast ook de adem neemt

niet aflatend is hun inzet
hoewel zij zelf het meest
aan de gevaren blootstaan
van het grimmig monster

zo knokken zij voor behoud
van leven en een toekomst
waarin wij hamsteren mogen
dat ons echt betekenis geeft

houdt dus de kofferbak vrij
voor het valies van vreugde
dat zich weer volstromen laat
als wij straks elkaar omhelzen

gewoon de dagelijkse dingen
die ons de herinnering rijgen
van wat ons het duurste is
er met en voor elkaar te zijn

het goede hamsteren

  • Ver-dicht in corona-tijd | 21 maart 2020

bedrog kan ons de ogen openen!

 

bedrog

  • passages uit openingsspeech de kunstlobby, capelle aan den ijssel, 8 april 2000

“Passiespelen op zoek naar Jezus!” Een krantenkop. Zoals velen. Ze prikkelen. Wat wordt er bedoeld? Waar gaat het over? Bij lezing wordt de nieuwsgierigheid getart. Op het eerste gezicht, komt het beeld naar voren van een groep van mensen welke via het passiespel op zoek gaat naar de persoon van Jezus. Bij nadere beschouwing echter blijkt: er heeft zich nog geen geschikte kandidaat gemeld die de rol van Jezus in een op te voeren Passiespel kan vervullen!

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute schreef eens: “Men heeft de taal nog niet uitgevonden die in één keer kan zeggen wat men in een oogwenk waarneemt.” In het voorgaande gaat het daar om: wat we in een oogwenk ‘snellen’ is niet wat de schrijver ons wil zeggen. Iets, dat zeker ook op gaat als het de kunst betreft. Niets is eigenlijk moeilijker eigen te maken dan de kunst waarnemen.

Kunst is bewerkte waarheid. Bedrog zo u wilt. Maar, het bedrog heeft ook zijn goede kanten: het kan ons de ogen openen! Herman Pieter Belcampo zei het eens zo: “De kunst begint pas waar de waarheid ophoudt.”

Máár, waarheid is zelden zuiver en nooit eenvoudig. Ze is als een geslepen diamant: heeft vele facetten. Waarheid kunnen we proeven, voelen en zien. Zoals we kunst proeven, voelen en zien! De kunstenaar heeft zijn waarheid gehoord, begrepen, geprezen en verwerkt en vervolgens tot iets van zichzelf gemaakt. Er zijn of haar eigen verbeelding aan gegeven. Zo ook moeten wij de de Franse schrijver Francois Mauriac begrijpen als hij schrijft dat “de kunstenaar het met de waarheid niet nauw neemt, maar dat zijn kunst oprecht is.” Ik denk dat dáár ook de kracht ligt van de kunstenaar. Dat hij of zij zich vooral laat leiden door de waarheden die persoonlijk zijn ontdekt. Of, zoals de Duitse filosoof (Theodoor Wiesengrund) Adorno het zegt: “Kunst is magie, bevrijd van de leugen waarheid te zijn”. Persoonlijk voeg ik daaraan toe: “en de waarheid kan soms onwaarschijnlijk zijn!”

“De waarachtige kunstenaar ontdekt, ook in het uiterlijk zeer alledaagse, het onalledaagse, het bijzondere (H. Marsman).” Kunst immers, is geen papje, geen snoepje waarvoor je alleen je bek open hoeft te doen. Het is vooral een kwestie van aandacht en geconcentreerde energie. Een ontdekkingstocht naar de ware bedoeling van de kunstenaar. Een waarheid, een bedoeling die wij, op het eerste gezicht, – en vaak ook bij nadere beschouwing -, niet direct zien, voelen of proeven. Juist daarom is echte kunst in staat ons zenuwachtig te maken. Wat bedoelt hij of zij? Wat beweegt hem of haar?

samen alleen

alleen samen

terwijl ik hier zit
zonder jou
zit jij daar
zonder mij
zo reizen wij ieder voor zich
door de achtbaan van deze tijd
ondertussen speelt op de radio
in vele landen tegelijkertijd
voor iedereen die het horen wil
ter bemoediging een oud lied
dat ons helpt te navigeren
door de dagen van isolement
waarin wij op afstand slechts
elkaar de handen reiken kunnen

zacht of oorverdovend hard
ieder op zijn eigen sterkte
zingt of neuriet het bekende lied
dat wij nooit alleen lopen zullen
door welke storm dan ook
dat wij nooit alleenstaand zijn
zelfs niet in donkerst donker
want als dit alles voorbij is
zal een zoet en zilveren lied
van leeuweriken en pure liefde
ons als voorheen weer omarmen
dus zit ik hier zonder jou
zoals jij daar zit zonder mij
maar reizen wij samen alleen

Presentatie2

  • Ver-dicht in corona-tijd | 183 radiostations in Europa hebben vrijdag 20 maart om 8.45 uur het nummer You’ll Never Walk Alone gedraaid. Het idee kwam van 3FM-dj Sander Hoogendoorn, die tijdens de coronacrisis nadruk wil leggen op saamhorigheid.

dag gerrit, dag kerel!

krijt 2

midden in het leven stond je nog
– eigenlijk –
nog zoveel wilde je geven
zoveel ideeën te verwezenlijken nog
en plannen
plannen te over

en nu
nu is het voorbij
over

nu rest nog het denken
– de herinnering –
aan vervlogen momenten
en is er de pijn
– voor wie bleven –
van het gemis
er is ook een gevoel van rust
van weten

weten
dat je mag rusten
in vrede
in de overtuiging ook
dat je mensen achterliet
mensen die jouw naam
– blijvend –
dragen en noemen
in herinnering
aan wie je was
of wilde zijn

dáárom
nu het voorbij is
overtuigd en welgemeend
dag gerrit
dag kerel
het was goed
goed dat jij er was

  • overweging, geschreven voor gerrit krijt

achter glas

achter glas

voor het kamerraam gezeten
aanschouw ik het voorbijgaan
van de wereld om mij heen
die ik als een film op televisie
achter glas bekijken moet

als zij niet lopend onderweg zijn
wekken de mensen die passeren
in of op hun ijzeren karos gezeten
dat gewoon de wereld doordraait
alsof aan haar toch niets mankeert

mijn stemming en mijn gedachten
bezigen zich intussen met de dingen
die van alle mensen wereldwijd
de harten en hoofden verontrusten
om die en wat hen het liefste is

in plaats van te leven achter glas
zou ik bij hen en buiten willen zijn
om hand in hand applaudisserend
de overwinning samen daar te vieren
op dat wat mensen dodelijk vervalt

Achter glas

  • Ver-dicht in corona-tijd | 19 maart 2020

dag gerrit, dag kerel!

krijt

  • overweging, geschreven voor gerrit krijt

Tijdens de opening van de tentoonstelling voor de kunstlobby op 29 mei 1999 werd ook stil gestaan bij het afscheid dat de leden van DE KUNSTLOBBY moesten nemen van het zeer gewaardeerde lid Gerrit Krijt. Gerrit, 70 jaar werd hij, had een groot aandeel in het werk van DE KUNSTLOBBY. Nooit op de voorgrond tredend, en altijd nadrukkelijk bezig. Hij onderhield onder meer de contacten met de kunstenaars in het Hotel Golden Tulip, hield de voorbesprekingen en was aanwezig bij het wisselen van de kunstwerken.

Gerrit was zelf beeldend kunstenaar en musicus. Vele jaren was hij actief als klarinettist bij verschillende en grote professionele orkesten, waaronder het Rotterdams Filharmonisch Orkest. Na zijn pensionering heeft hij zich vol overgave geworpen op de schilderkunst. Hij schilderde op een abstract expressionistische wijze, kleurrijk en dynamisch. Enkele van zijn werken werden door het gemeentebestuur van Capelle aan den IJssel aangekocht.

motorolie

motorolie

het land probeert te begrijpen
wat corona toch betekenen gaat
voor ieders gezondheid allicht
dat natuurlijk op de eerste plaats

maar dan het werk toch en de baan
zal die de crisis overleven kunnen
of ons huis en het verdere bezit
wie zal dat dan betalen moeten

nog is dat alles niet verwerkt
als de regering en haar partners
in woord gebaar en documenten
de hand uitreikt naar eenieder

wetten en regels zijn uitgewerkt
waarover zich anderen buigen
die nu ingewerkt moeten worden
om het handen en voeten te geven

nu de middelen oneindig lijken
is het doel heiliger deze keer
zo bezweren zij angst en onrust
bij de bazen en het werkend volk

controle-arm en vrij van bureaucratie
halen wij zo uit onze diepste zakken
omwille de reanimatie en ter redding
voor de economie het beste medicijn

motorolie

  • Verdicht bij de handreiking (in verband met de corona-epidemie) van de regering aan het bedrijfsleven en de inwoners van ons land | 18 maart 2020