ode aan de eik

als een baken voor de vele reizigers
statisch en fier zijn takken zwaaiend
zijn wortels ankerend in de aarde
groeide hij onwankelbaar ieder jaar
droogte storm en regen trotserend
mooier en machtig krachtiger weer
terwijl zijn fluisterend blad luisterde
naar dat wat de jaren hem vertelden
over wie er in het heden passeerden
wat hun gedroomde toekomst was
die eens hun verleden ook zou zijn 

plots blijken eens zijn dagen geteld
door de eigen kracht is hij geveld
wordt zijn grootse kroon te dragen
voor zijn stam te machtig en te veel
waar hij geboren wordt sterft hij ook
als na stil gestreden verloren strijd
zijn hart gebroken de ziel ontworteld
hem zijn takken vermorzeld worden
met de motorkracht van de machine
die ook zijn stam dan opgraven zou 
uit de grond waaraan hij ook groeide
op de grens van het oude capelle
het stadse dorpje aan den ijssel
waar klaas de kade ooit klinkerde
tot waar hij de bermweg bereikt
die de weg naar schollevaar kruist
stond op de werf van hoogerwaard
op de driesprong van deze wegen
meer dan vijftig jaar het houvast
van de majestueus zwaaiende eik
die van wie hem passeren mocht
steeds het volle hart te stelen wist

de altijd stoïcijns geduldige wachter
was in het najaar nog in vol ornaat 
reusachtig in ruisend groen gestoken
tot de wind hem machtig stormend
niet alleen al zijn bladeren ontnam
maar ook zijn takken zo ver strekte
dat het houten hart scheuren ging
waar de stam zich groots vertakte
tot afdak voor de lopers en fietsers
die bij felle zon er schaduw vonden
of een schuilplaats voor de regen

eerst nog bracht het voorjaar hoop
met weer jong en uitlopend blad 
tot waar zijn kroon de hemel raakte
om ons de lente dan te verkondigen
maar eens grimmig moegestreden
waardoor hij dreigde om te gaan
voelde hij dat zijn takken langzaam
een voor een hem genomen werden
die jarenlang daar ook getuige waren
uit wollige kraamkamers daar verlost
van de dartele lammetjes in de wei

onder de brug over de ringvaart
klinkt de echo van zijn verschijning
als een zoet zoemende herinnering
aan het respectabel groene woud
van die boom die eens een eikel was
die daar ooit met kinderlijke passie
door het dochtertje werd gepland
dat nu het ambacht van haar vader
die wij kennen leerden als boer jan
dagelijks daar nog betekenis geeft
waar hij zijn thuis en domicilie vond

10 mei 2021 | Verdicht op de machtig prachtige eikenboom die in meer dan vijftig jaren tijd uitgroeide tot een baken van zekerheid en houvast in Capelle aan den IJssel. Een omgeving die tezelfdertijd uitgroeide van een klein dorp – dat leefde van aan de rivier gerelateerde bedrijvigheid – naar een dorp met stadse allure onder de rook van Rotterdam. Daarvoor werd sinds de jaren vijftig wijk na wijk gebouwd. Tussen het noordelijke deel, bestaande uit de wijk Schollevaar, en het zuidelijk deel (Schenkel/Middelwatering/Oostgaarde) liggen de Schollevaartseweg, de Bermweg en de Klaas Klinkertkade. De in dit verdicht bezongen eik staat aan de driesprong van deze wegen op het erf van wijlen Jan Hoogerwaard, veeverloskundige. Hij hielp ook andere dieren, zoals koeien en zeugen. Zijn dochter Marjan, die als kind de eik ooit plantte, zet het werk van haar vader, haar opa en overgrootvader als (parttime) schapenverloskundige inmiddels voort…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s