dienny

• bij het afscheid van wethouder Dienny Kroos van der Mey (Capelle)
dienny
met het rood-witte hart als motor
gehaald uit ‘s werelds grootste havenstad
zijn daar de jaren
– jóuw jaren –
de stappen
– jóuw stappen –
in het dorp dat stad groeide

vaak loco-motief
voor veel en velen
geruggesteund door de mannen
– van echt- tot ambtgenoot
schaduw gevend aan jouw gaan –
lag daar jouw route
voor het volk
voor vrijheid
en voor democratie

zo stempelend het beleid
fiat gevend en fiat nemend
een smart bestuurder werd je
soms krengerig vinnig
spartaans hard ook

het hart verborgen
– waar niemand het zoekt –
op het puntje van je tong
maar steeds
– het hart heeft redenen
door de rede niet gekend –
met open oog en oor
– links, rechts en in het hart –
voor mens en detail

de wereld veranderend
– wie kakelt moet eieren leggen –
heeft onderwijs je aandacht
gá je
voor openbare orde
verkeer en veiligheid ook
voorzie je de ruimtelijke orde
– door kollossale inbreng –
van fascinerende gezichten
zó voortdurend heiend aan het huis

de vesting capelle
het stadse dorp waaraan jouw naam
– met ere –
voorgoed verbonden is

het werk gaat voort
is nooit gedaan
jij
– met hartzeer –
die hersenen brak
– over grote en kleine zaken –
geeft het stokje door
jouw stokje

de oogst van al het werk
– met hier en daar een blauwe zone –
is verzamelde belangwekkendheid
feiten, meningen, momenten
maar bovenal
vríenden
veel vrienden
vrienden voor het leven

en steeds
in voor en tegenspoed
zullen zíj laten horen
voor de momenten samen
toen, nu en morgen
Mey(d) bedankt!

de brasserij

– drieluik –
• bij het vertrek van José en Piet de Bruin van hún gasterij

De_Brasserij
ze gáán er voor – samen

het is
dat moet gezegd
niet hun eerste
een café en een bar
vaker al was er een
van hen

maar déze
deze keer was het anders
wilden ze van niets naar iets
een gasterij

voor het realiseren van een droom
– hún droom –
de laatste cent
– en meer waarschijnlijk –
het hele hebben en houwen
álles wordt ingezet
voor een gasterij
de brasserij!

een flirt is het
aan dat nieuwe plein
met elkaar
met het leven
van de slaper die zij is nog
– het stadse dorp capelle –
aan de ijssel gelegen

een chansen
met de uitdaging
door het centrum geboden
– het hart van de stad –
nieuw nog en hunkerend
naar bruis en gezelligheid
naar ménsen vóór mensen
naar ontmoeting

dromen
ze zijn bedrog
– de meesten toch –
maar als je wakker bent
– wílt ook –
dan wéét je
van droom tot daad
een nieuwe zaak
– een zaak voor sámen –
het kán en het zál zijn
de brasserij!

———–

gewoon een naam,
op het eerste gezicht
zoals zovelen:
de brasserij!

in wezen echter
als het er om gaat
zijn zíj het
– de brasserij –
samen
josé en piet

gezellig en gastvrij
ingesteld van nature
– zó –
is dat hun ware aard
gastheer en gastvrouw
– er zijn –
voor de ander
dag in dag uit
– met hart en ziel -,
een hapje en een drankje
– warm of koud –
een schouderklop
– ter troost of aanmoediging –
een levensles
– met lach of traan –
een gewillig oor
– snel of aandachtig –
of gewoon
even lekker sámen zijn
dát is wat zij bieden
de brasserij!

voor velen
– jong en oud –
regenboog gekleurd
een plek om te zíjn
– gezellig –
voor even of weer
voor regelmatig of dagelijks
en voor een enkeling ook
een tweede thuis

dát is
gewoon en dáárom bijzonder
hun brasserij
de brasserij!

———-

en nu
anders nu is het
de brasserij
is niet meer!

anderen gaan verder nu
van waar zíj hem brachten
de brasserij
piet en josé

maar een pleisterplaats
een plek toch
– wat er ook gebeurt –
waar je terugkeert
– telkens weer –
al is het even maar
om het weer te weten
te voelen ook
met hart en ziel

gezellig en gastvrij
– zó –
de brasserij
dag in dag uit
– met hart en ziel –
een hapje en een drankje
een schouderklop
een levensles
een gewillig oor
of gewoon
even lekker sámen zijn
– zó –
zo moe(s)t het zijn
vast en zeker!

(toegift)

op dát weten
op die herinnering
op het gevoel van welkom weten
daarop dus
op de brasserij
– josé en piet –
dáárop drinken we er
nu we samen zijn
– onder ons –
voor het huiswaarts gaan
eentje nog

een chocomel?

Bedrog opent de ogen

• uit openingstoespraak tentoonstelling Kunstlobby in Barbizon Golden Tulip Capelle
zwerver

als een voddenbaal
vervuild en gerafeld
half vergaan ook
zo betoonde het zich
het hoopje vuil
aan de rand van de weg gelegen
die ochtend

dat ze dat niet ruimen
dacht ik nog
en wendde mij af

iets
een beweging of geluid
het deed mij omkijken
nogmaals

het hoopje niets
– de lappendeken –
kwam tot leven!

waardeloze rommel
– op het eerste gezicht –
bedrog
nader beschouwd
– de waarheid
een mens!

diepblauwe ogen
– verwachtingsvol en blijmoedig –
de nieuwe dag beschouwend
zonder enig verwijt
aan iets of iemand

ik las ze
en zag hem voor me
– in gedachten –
die kop
uit mijn ochtendkrant
‘passiespelen op zoek naar jezus’
en wist
gevonden!

Iedere dakloze heeft zijn eigen verhaal. Kijk maar naar dit filmpje

Voor je meteen een oordeel hebt over daklozen, zou je eerst eens het filmpje moeten bekijken. De mensen van Rethink Homelessness vroegen daklozen namelijk een feit van zichzelf op te schrijven wat je van buitenaf niet kunt waarnemen. Van afgestudeerde biologen tot modellen, en van voormalig professionele sporters tot mensen die zijn gevlucht voor huiselijk geweld. Geen enkel feit had je bij ze verwacht, en juist dát maakt het filmpje zo bijzonder.

voor een vriend – voor jan!

• bij het afscheid van (burgemeester) Jan Verbree, 28 september 1998
twee mannen

bijna tien jaar alweer – en toch
het is alsof het gisteren was
dat onze wegen zich voor het eerst lieten kruisen

toen nieuwsgierig en onbevangen
wat kenden we elkaar tenslotte
níet toch!

maar nu
zoveel jaren later
moet – mag en wil ik erkennen
wat zal ik ze missen
die momenten van onbevangen confrontatie
van mij met jou
die momenten van vrolijkheid
van jou met mij

aanvankelijk zagen we elkaar
op betrekkelijke afstand
maar in de loop der jaren
steeg met de fréquentie ook de íntentie

vandaar ook
zoveel jaren later
moet – mag en wil ik erkennen
wat zal ik ze missen
die momenten van contact
van mij met jou
die momenten van bedachtzaamheid
van jou met mij

en dan
dan is er de dag
de dag waarop we,
als lid van hetzelfde college
mogen en moeten samenwerken
intensief én collectief

we vechten – we bewonderen
we werken – we huilen
we lachen – sámen!

zoveel jaren later
moet – mag en wil ik erkennen
wat zal ik ze missen
die momenten van strijd
van mij met jou
die momenten van sámen optrekken
van jou met mij!

zou ik je niet kennen
zou ik je niet kúnnen missen
maar ik heb je léren kennen
als een mens van vlees en bloed
als raadsman – mentor – collega
maar bovenal als vriend!

daarom dus
zoveel jaren later
moet – mag en wil ik erkennen
vriend – ik zal je missen!

een eigen (t)huis

• voor Guido en Verena, bij het betrekken van hun eigen huis
huis
lang groeide je op
– ieder apart –
in geborgenheid van
– beschermende vleugels –
je ouders

de warmte van het ouderlijk nest
– veilige thuishaven –
noodde je
tot verkenning
van de wereld en de mensen

elkaar kende je
– tóen –
nog niet
maar op een dag
zag jíj hem
híj jou

van het één komt het ander
zo ook het besluit
ieder voor zich en mét elkander
we vliegen uit

in de zekerheid van elkaar en
– altijd toch nog –
het hebben van een “thuis”

nu je zelf vliegt
voor en met haar
voor en met hem
op de kracht van eigen vleugels
– én die van elkaar –
bouw je je eigen nestje
met een takje hier
een donsje daar

nú creëer je
voor en met jezelf
voor en met elkaar
je éigen thuis
wéét je
thuiskomen doe je
bij pa en ma
– natuurlijk –
maar zéker en vooral
bij elkaar

in je eigen huis
jóuw plekje onder de zon
met hém
met háár

moeilijk!

• overweging naar aanleiding van een gesprek met een weduwnaar
oude man
hoe het met hem was
moeilijk!
– zo vertelde hij –

meer dan vijftig jaar
– zo vertelde hij –
was zij zijn liefde
hield hij van haar
met hart en ziel
en toch
– zo vertelde hij –
meer dan vijfendertig jaar
had zij hem in bed geweigerd!

drie zoentjes
– vóór het slapen gaan –
daarmee kon hij het doen
dáárom
– zo vertelde hij –
was het moeilijk

want
– zo vertelde hij –
van háár
– zijn vrouw en liefde –
mocht hij vreemd
bij tijd en wijle

zo had hij
met boudewijn gesproken
– de groot
weet u wel –
veel vriendinnen voor één nacht

een enkele
– zo vertelde hij –
had hij vaker
maar nú
– zo vertelde hij –
nu zíj er niet meer was
– zijn vrouw en liefde –
nú had hij het moeilijk
met de lust

want díe
díe was er nog
maar
mocht het wel?

wát immers zouden ze zeggen
– zijn kinderen
zijn vrienden
zijn kennissen –
als het uitkwam

immers
vreemdgaan was een geheim
hún geheim
en hem
– zo vertelde hij –
hem kenden ze
– enkel –
als die trouwe zoon
van een eenvoudige krantenboer
als de pure socialist
– een man van rechten –
recht door zee
én van zeden!

nee
– zo vertelde hij –
hij had het moeilijk!

—–

zijn verhaal puzzelde mij
toen hij gebonden was
was hij vrij
bij haar
nu hij vrij was
voelde hij zich gebonden
aan haar

een typisch geval
– oordeelde ik –
een geval van
vrijheid in gebondenheid
versus
gebonden zijn in vrijheid!

ja,
moeilijk!

sex is…

• overweging
aardbeien
sex is…
als aardbeien eten
zegt mijn moeder
na één keer weet je het
hoe ze smaken
lekker
naar meer

maar elke dag weer
– zegt ze –
dat gaat vervelen

sex is…
als aardbeieen eten
zegt mijn liefde
na één keer weet je het
hoe ze smaken
lekker
naar meer

want
– zegt ze –
aardbeien eten
dát
dat kan in zoveel variaties

en elke dag weer
– zegt ze –
is het anders
nieuw
een ontdekking

sex is…
als aardbeien eten
elke keer weer
verrassend lékker!